Terug

Inrto
Routeinfo
Overnachtingen
Reisverslag1
Reisverslag2
Reisverslag3
Reisverslag4
Reisverslag5
Reisverslag6
Reisverslag7

Marokko: 1 april – 6 mei 2005

 

Hieronder volgt een (veel te :-) uitgebreid reisverslag van onze fietsreis door Marokko.

)

 

Vrijdag 1 april

Op Schiphol komen we 4 mannen tegen die voor de 8stekeer een weekje gaan fietsen in Marokko. Zij gebruiken geen fietsdozen; wijstaan ff in dubio, maar kopen dan toch de dozen  (a 20 Euro per stuk; op deterugweg zullen we ’t wel zonder doos doen; dan maakt het minder uit als eriets misgaat). De vlucht gaat via een stop in Marrakech, totaal ongeveer 5 uurgevlogen. Astrid heeft behoorlijk koppijn (vooraf te weinig gedronken?)&  misselijk; vliegen, turbulentie & graag naar buiten willen kijkeni.v.m. het uitzicht, verergeren dit.

Mooiuitzicht uit het vliegtuig, maar........ is de bergpas die wij van plan zijn tenemen om de hoge atlas over te steken ook zo hoog????

 

Op vliegveld Agadir (20 km vanaf de stad) mogen wevan een beambte de dozen daar niet achterlaten; maar later komt een collega dieze graag wil hebben; hij vond de metalen stoelen daar namelijk koud. We fietsenin het donker linksaf de weg op en na wat vragen vinden we in Ait-Melloul eennet hotel. In ’t dorp eten we koude friet, kip & salade (dat laatste iswellicht niet verstandig; maar heeft gelukkig niet tot problemen geleid). Wekletsen met Hamid in zo’n beetje alle talen tegelijk. Hij vraagt onstelefoonnummer (dit zal nog heel vaak gaan gebeuren), we geven maar een foutnummer, maar wel ons juiste e-mail.  De buitensfeer –temperatuur en brandstofgeuren,enz.- doet ons aan Thailand denken.

 

Zaterdag 2 april

O, ja: ook al zitten we in een hotel, we hebben alwel moeten afwassen: zowel de douchegel als vloeibaar wasmiddel waren gaanlekken & het ruikt hier nu dus heerlijk fris.

Na een ontbijtje laten we ons tankje voor debenzinebrander met Super benzine op een hectisch pompstation vullen, slaan 6flessen water in, brood, confiture & smeerkaas. En voor de zekerheid pintook Rin nog ff 2000 Dirham (+/-200 Euro). ’t Eerste stuk van de route richting Tafraoute is tot Biougra tamelijk druk. 

 

 

Daarna wordt ’t al snel rustig; helemaal rond siesta-time en we komen weinig andere toeristen tegen.

 

 

’t Landschap is grillig: droog rood zandgesteentemet groene araganbomen; wel ideaal om in ieder gevalte kunnen pauzeren in de schaduw, dat lijken de Marokkanen zelf ook te vinden. ’tIs wennen om in ’t Frans te converseren; we moeten er nog inkomen. Onze nieuweversnelling met bergverzet bevalt zeer goed op de 1e klim die wevandaag hebben. O, ja anders dan Thailand is natuurlijk de kleding & ‘t“gebalk”van de ezels. Verder lopen hier de nodige verslaafden (?) of in iedergeval niet sporende- vooral- mannen. In Ait Baha besluiten we water/brood te kopen alvorens verder tegaan. En ... het is tijd voor muntthee. Met het woordenboekje proberen we ’tin  ’t Arabisch te bestellen; ons taalgidsje neemt hij mee.

We hebben blijkbaar goed gedronken; As moet nodignaar het toilet. “Excusez moi,il y a une toilette?” “Oui”. Blijkbaar is desleutel van ‘hangslot kwijt en probeert de jongen  het met gereedschap vaneen schoenmaker op te tikken. Als dit niet lukt zegt hij “deux minutes”; bij de winkel aan de overkant wordt grovergeschut gehaald en het slot geforceerd

We hebben besloten de nacht toch maar in dit stadjedoor te brengen om er niet direct een “idiote” fietsdag ervan te maken &omdat we a.h.v. reisverslagen van anderen & LonelyPlanet vermoeden dat het nog een flink stukje peddelen is naar de volgendeplaats met hotel. Nu al wild kamperen vinden we toch nog te spannend.  O,ja: Marokko is het land van de verse jus d’orange (met schuimkraagje).

Er blijken 3  hotels te zijn: we nemen dechiquere voor 190 Dirham met mooi uitzicht & een raamnisom lekker in te zitten en stiekem foto’s van mensen buiten te maken.Fotograferen vinden we hier spannend, moslims hebben er vanuit hun geloofmoeite mee (alleen abstracte afbeeldingen zijn toegestaan).

 

 

Heel vroegà rond 20:30 uur belanden we verkleurd en vermoeid inons bedje. Vandaag was het:  55 km &27 C in de schaduw op de berg, stevig windje & warm.

Verder hadden we vandaag 1x onderweg gehoord:  “donner moi un dirham/stylo”.  We kenden dit uit de verhalen..........enzouden dit nog vrijwel dagelijks gaan horen.

En de meest “indrukwekkende” reactie vandaag is watwe veroorzaken bij een baldadig jochie: die met z’n handen eens flink z’nkruist pakt en wrijft als hij ons ziet.  

 

Zondag 3 april

Voor vandaag staat Tafraoute op het programma; eenroute door de bergen van 90 km. Omdat we verwachten dat datredelijk zwaar is doen we het rustig aan en dat gaat best lekker. Mooielandschappen trekken aan ons voorbij. Onderweg houden we veel foto, drink eneet stops. Alles loopt op rolletjes: wind mee, “bonjour, ca va?” om ons heen enaf en toe ook kinderen die zo hard als ze kunnen naar de weg rennen (dit gaatniet altijd goed, er liggen veel stenen waar je over kan struikelen) en dangebieden ze ons een dirham aan hun te geven “donnez moiune dirham, donnez moi!Donnez moi!” Voor de afwisseling vragen ze soms ookom een pen. Wanneer de jongetjes iets ouder zijn dan ongeveer 20 jaar dan is dedirham vervangen door een sigaret. Zo ook door de mannen die waarschijnlijkvoor de Duitse inburgeringscursus aan het oefenenwaren; hoofdstuk “kuilen graven op het strand” In de Marokkaanse rotsachtigebodem is dat echter meer werk dan een beetje zand scheppen. Onderweg worden wijgefilmd en op de foto gezet door Marokkaanse toeristen.

 

 

Vooral in de stadjes zien wij hier bijna alleen maarmannen, de vrouwen zijn veelal goed ingepakt en veel minder uitbundig dan demannen.

Tijdens een drink pauze komen er 4 in het zwartgeklede vrouwen langs. Een van hen geeft As een mand en daar moet dannatuurlijk een foto van gemaakt worden, ze willen er zelf niet op.

 

 

Maar dat was ook wel te verwachten. De laatsteloodjes wegen het zwaarst. Nu ook, best wel een zware tocht. Gelukkig gaat hetde laatste 20 km bergafwaarts. Een enorme (door de remblokken gevreesde)afdaling. Zo’n afdaling is meestal lekker, nu een beetje gemengde gevoelens: wemoeten dit stuk ook weer terugrijden. Dus maar een taxi regelen of zo.Tafraoute is een stuk toeristischer dan wat we tot nu toe hebben gezien. Deaardige tapijt handelaren hebben ons snel gevonden. Ook een fietsverhuurderspreekt ons aan: ja leuk fietsen! Als we hem vertellen dat we hier met de fietszijn dan vraagt hij of hij onze fietsen mag kopen. Dit vinden wij niet zo’ngoed idee. Wij moeten morgen maar langskomen voor een goede routekaart van deomgeving Tafraoute. 

Maandag 4 april

Vroeg in de ochtend klinkt de roep voor ‘t 1egebed en draaien wij ons nog een keertje om. Om 7:00 uur zijn we dan toch echtwakker. We ontbijten ditmaal niet in ’t hotel, maar lekker op een terrasje. Eenschaap lijkt levend geroosterd te worden; aan een paal gebonden bij eenronkende uitlaat van een bus. In Marokko lijkt in elke plaats wel een aantaldorpsidioten te zijn, dus ook hier kijken we naar maffe persoonlijkheden.

We besluiten om ook ‘nsbij een echte tapijt handel te gaan kijken. In notime worden er een 20-tal kleden uitgestald. Betalen kan op heel veel manieren:dirham, euro, creditcard en pas. als we thuis zijn. Hij doet een klein beetjedroef als we niks kopen. Helaas voor hem zijn wij daar niet zo gevoelig voor.

 

 

Een meisje met flinke handelsgeest en vlotte babbel,weet aan ons een flesje araganolie te verkopen. Datgaat wel gepaard met chantage onzerzijds: dan wil ik wel eerst samen op defoto; dat vindt ze prima, later ook nog 1 met haar moeder. Ik babbel nog ffdoor (Rin gaat vast naar het hotel): ze mag zelf haar partner uitzoeken, zestudeert (=18 jaar). Ze wil eerst school maar eens afmaken alvorens te trouwen.

 

 

We besluiten richting een kashba te fietsen, wat we’s ochtends tijdens wandelingetje iets verderop hadden zien liggen. We wordeningehaald door Taib Bakou opde fiets & babbelen wat. Hij is gids (organiseert 2-daagse trekkings;wandelend met ezels voor de bagage) in de bergen(slapen in tent/grot). Hij zegt dat we fietsen bij een winkeltje kunnenzetten  en de kleine dorpjes op de bergwand kunnen bekijken. Oké, je wildus wel onze gids zijn? Zodoende hebben we een leuke rondleiding met informatieover het wonen en leven daar:

  • over hoe de gangen geconstrueerd worden: met schaduw en wind (koelte) voor de babbelende vrouwen
  • over de verffabrikant die waterput schonk (nu nog steeds kan men  maar 2 uur ’s ochtends & ’s middags daar water tappen)
  • over een soort “dorpsbaas” vroeger i.p.v. een rechter, die geschillen oploste en nu 1x per jaar herdacht wordt in de moskee, gecombineerd met gezamenlijk te eten.
  • en we ontmoeten een gehandicapte jong (14 jr.), die tot 2 jr. geleden nog naar school ging. Helaas, zegt onze gids, biedt de overheid nu niet echt iets meer voor hem.

We drinken thee & eten popcorn in zijn huis,waar een Engels koppel al een aantal jaren achter elkaar, gedurende 3 maanden perjaar een kamer bij hem huurt. Hun beroep, schilder & hovenier, maakt dat zedaar in de winter kunnen zijn.

Tot slot gaan we nog langs een huis van een kennisvan hem, vanwaar we een prachtig uitzicht hebben over de vallei.

 

 

De gids heeft 3 huizen op zijn terrein; maar ze zijnniet allemaal geschikt voor gebruik. Hij is bezig kamers voor verhuur enrestaurantje erin te maken, maar moet sparen alvorens verder te kunnen. InTafraoute is er ook nog een huisje van de familie wat makkelijk is: daar kunnenze verblijven als de kinderen naar school gaan (nu niet, want ze hebbenvakantie). En hij heeft nog een klein winkeltje waar hij foto’s en zijn kunsttekeningenlaat zien. Verder vertelt hij met trots dat hij in een Duits reisboek genoemdwordt. Volgens ’t  Engelse stel lijkt hethier wel een tapijtmaffia rondom de toeristenà men poogt elkaars klantente pikken: als iemand expliciet om hem vraagt komt het voor dat ze zeggen dathij er niet is/of doet iemand anders zich voor als zijnde hem. Terug inTafraoute gaan we op zoek naar een terrasje: indrukken laten bezinken en ditverhaal schrijven. Maar niet voordat we “Holland” –die we al eerder met de gidsgezien hebben - op de foto gezet hebben: hij was enorm gegroeid van deHollandse kazen.

 

 

 

En natuurlijk probeert 1 van de tapijtmafia ons nogmee te krijgen àdrinken in zijn tapijtenzaak. Hij had ons gisterenook al “verwelkomt” toen we net “voet aan land” zetten in Tafraoute. Nu ben iktoch behoorlijk moe van hem. Er wordt hier veel aandacht gegeven aan detoeristen. ’s Avonds bij het eten wordt dat heel duidelijk zichtbaar. De tweetapijtmaffia tulbanden zien ons aan een tafeltje zitten en maken een praatje metons. Wij vonden het tijd worden voor de taalcheck:weten ze wel wat “allemachtig, prachtig, 88” betekent? Vragend kijken zij onsaan. Allemachtig= Akbar en prachtig= mezjen. Aha...........  “mezjenakbar”, dat moet dan wel heeeelmooi zijn concludeert de tapijtman.

Onze gids van vanmiddag loopt langs en wij krijgeneen kort durende voorstelling met de titel “scheve gezichten” te zien. Als detapijtmensen merken dat we ze geen aandacht geven, zeggen ze dat ze op mensenwachten die in het restaurant zitten en dat ze voor de gezelligheid even bijons aan schuiven.... Ze hebben blijkbaar geen zin om bij ons te blijven zittenkijken als wij eten, want op het moment dat onze tagine wordt opgediend lopenze weg en zijn ze de mensen uit het restaurant  helemaal vergeten....gelukkig maar dat er binnen niemand zit.

 

Dinsdag 5 april

Een dag met 20 km per busje tot Titekien 79 km pedalen.

Bij het uitchecken in het hotel hebben we maar eensgepeild wat een redelijke prijs is voor de tocht naar boven met de fietsenin/op de taxi/bus. 100-150 Dirham leek de receptionist redelijk. Handig om eenbeetje houvast te hebben bij de onderhandelingen. Bij de busjes parkeerplaatsbeginnen we dan met de “handje klap”:     “250”; “Non, non, 100”; “200”.

Ze wilden niet ingaan op ons eind bod van 150Dirham, dus dan maar aanstalten maken om het ergens anders te proberen. Maarniet te snel weggaan natuurlijk. De 4 busmannen zijn druk met elkaar in overleg.Waarschijnlijk iets van “’t Is toch erg zonde om voor dat ritje het bod van 150DH te laten liggen”. Dus gaan de fietsen alsnog boven op de bus, tassen en wij zelfin de bus. En de oude bestelbus pruttelt vervolgens gestaag de berg op.

Boven op de berg maken we, tijdens het beladen vanonze aluminium ezels, een praatje met een docent uit Casablanca. Over Marokko, Nederland, problemen met de Marokkanen in Nederland, kunst, voetbal,van Gogh (10-tallen km later realiseert Astrid zich dat datom Theo van Gogh ging en niet Vincent van Gogh). Toch wel moeilijk dat Fransvoor ons, maar het wordt wel merkbaar beter.

Onderweg weer veel hartelijke begroetingen. En dekindertjes.... die zijn vandaag heel bescheiden, ze vragen nu allen maar om:geld, snoep, pennen, zonnebrand crème en telefoons.

 

 

Met een groepje kinderen die samen met hun professorin een klein bergdorpje rondhangen maken we een praatje, nemen foto’s en gevenpennen aan de professor voor de kinderen. De professor kan zelf amper schrijvenen blijkt in Casablanca in een restaurant te werken.

Onderweg zitten wij lekker een broodje te eten. Heelaf en toe komt er een auto langs. Zo ook een zwarte Mercedes. Vroemmmmm de bocht om en is de auto uit het zichtverdwenen. Een minuutje later rijdt de zwarte Mercedes achteruit de berg op. Inde auto zit een Marokkaans gezin. Pa vindt het erg bijzonder dat wij aan hetfietsen zijn en wil zeker weten of wij wel genoeg water bij ons hebben. “Oui  oui, plu de l’eau”. Hij geeft ons dan maar een blikje tonijn en een flesjecola. Later op de dag stopt er weer een auto die ook onze waterstand wil weten;we hoeven hier blijkbaar niet uit te drogen. In Ighermis zowaar nog een hotel ook met lekkere tagines (de beste tot nu toe). ’tPlaatsje zelf is best wel traditioneel, na 20:30 uur is As de enige vrouw opstraat; wij zijn voor hen net zo bijzonder als zij voor ons.